Koolen en Van den Goorbergh worstelen zich door etappe 3
06-01-2011
07:11
Sommige mensen vinden afzien leuk. Kees Koolen is er zo een. ‘Een leuke dag’ noemde hij de derde etappe van de Dakar Rally, waarin hij 340 kilometer zonder remmen reed, van een afgrondje donderde, nagenoeg zonder licht in het donker reed en bij aankomst in het bivak eerst nog even een slang om zeep moest helpen. Het is maar wat je leuk noemt…
Pas uren later, tegen drie uur ’s nachts, kwam Jurgen van den Goorbergh met zijn GoKoBra-buggy aan in het bivak. Compleet gesloopt na talloze keren vast te hebben gezeten, McGyver te hebben uitgehangen en banden te hebben geplakt. De derde etappe was voor Kees Koolen en Jurgen van den Goorbergh dramatisch én heroïsch. Als de Dakar Rally afzien is, hebben ze dat deel nu wel gehad.
Koolen ging goed tot 44 kilometer in de special. Toen dacht hij dat hij door het mulle fesfes heen was en reed met zijn buggy hartstikke vast in het cementpoederachtige spul. ,,Ik heb een half uur staan graven, maar kwam er op eigen kracht niet uit. Gelukkig was er een jeep die me eruit trok.’’ Daarna ging het eigenlijk wel goed, tot 160 kilometer in de proef er een stuk kwam met veel stenen. Eentje ervan raakte Koolen, waardoor een stuurkogel afbrak en zijn remleidingen werden vernield. Doordat de buggy onbestuurbaar was geworden, ging deze rechtdoor, zo een afgrond van een meter of vier in. ,,Daar heb ik gerepareerd wat ik kon repareren. De remmen kon ik niet repareren. De rest van de special heb ik dus zonder remmen gereden.’’
Achteraf gezien vond Koolen dat eigenlijk niet eens erg. Afremmen deed hij door te driften met de buggy. ,,Ik heb de hele dag zitten karten, en dat is best leuk.’’ Maar wel moeizaam, zodat Koolen pas in het donker aan het laatste deel van de wedstrijd kon beginnen: een stuk met smalle paadjes en veel begroeiing. Omdat ze hadden besloten pas later de grote lampen op de buggy te bouwen, moest Koolen het doen met maar weinig licht. ,,Ik zag heel weinig, dus ik heb het rustig aan gedaan.’’ Bij aankomst in het bivak bleek er een grote slang onder de vrachtwagen van Super B te zitten. Koolen twijfelde niet, pakte zijn schep van de buggy en ging de slang daarmee te lijf. Het dier heeft het niet overleefd.
Koolen besloot zijn roadbook voor de vierde etappe te gaan klaarmaken en hij was daarmee net klaar toen Jurgen van den Goorbergh het bivak bereikte. Doodmoe en bedekt door een grijs laagje stof kroop hij uit zijn buggy, die helemaal vol zat met blaadjes, takjes en ander groen spul. ,,Ik zit vol konijnenvoer,’’ wist hij nog te grappen. Van den Goorbergh maakte alles mee wat mogelijk is in één dag.
De basis van de problemen was een afgebroken gaspedaal, al heel vroeg in de special. ,,Ik stond met een sleepkabel te zwaaien, maar niemand stopte. De vrachtwagens kwamen al langs, allemaal plankgas. Terwijl het echt maar tien seconden werk was geweest om mij even uit het fesfes te trekken.’’ Nadat hij het gaspedaal provisorisch had gerepareerd, deed Van den Goorbergh uren over de 45 kilometer feshfesh. Keer op keer kwam hij vast te zitten, omdat gas geven niet werkte. ,,Ik heb zo vaak gedacht: ‘Ik kom er niet doorheen, het is afgelopen’. Maar iedere keer kwam ik toch weer los en kon ik verder. Maar bij iedere bocht hield ik mijn hart vast. Ik probeerde uit de sporen te blijven, maar aan de zijkanten heb ik elk struikje en iedere tak meegepakt die ik tegenkwam. Het valt mee dat ik nog een dak heb.’’
Peter van der Kolk bleef bij Van den Goorbergh, die op het laatst ook nog te maken kreeg met een lekke band. Met hulp van andere deelnemers kon hij die repareren. ,,Ik weet wel dat Dakar afzien is, maar om nu alles op één dag te krijgen is wel wat gortig.’’
Na een paar uur slaap stond etappe vier alweer op het programma: een 554 kilometer lange verbinding over de Paso de Jama op 4000 meter hoogte, waar de grens met Chili ligt. Daar wordt een special van 207 kilometer gereden. Redacteur: PB GeKoBra | Foto's Eigen Foto