Kees Koolen is al over de teleurstelling heen, Jurgen van den Goorbergh nog niet helemaal. Nu hij een beetje is bijgeslapen, komen de slechte momentjes voorbij. Zaterdagavond vonden de mannen van het GoKoBra-team hun Waterloo in de duinen bij Arica, in het noordelijkste puntje van Chili. Maandagmiddag kwamen ze, met de buggy’s, aan in Copiapo. Buiten competitie, met een kruis door de startnummers op de autootjes.
Zaterdagavond leek Koolen nog net op tijd binnen te zijn om zondag weer te kunnen starten. Toen hij bij de jury werd geroepen, dacht hij dat dit was omdat hij drie minuutjes over zes in het bivak was. ,,Maar toen vertelden de heren dat het was omdat we in de vijfde etappe, die van donderdag, een groot deel over de weg hadden gereden. Ik heb geprobeerd het uit te leggen, omdat we nota bene door de wedstrijdleiding in Parijs van de proef zijn gestuurd. Ze waren onverbiddelijk.’’
Koolen verbeet de teleurstelling en herpakte zich. ,,Ik kan dat snel afsluiten en achter me laten. Ik heb in het dagelijks leven voortdurend met teleurstellingen te maken; ik weet hoe ik daarmee om moet gaan. Regels zijn regels, het zijn de feiten en daar heb ik me maar bij neer te leggen.’’ Koolen is blij dat de organisatie hem er pas zaterdagavond uithaalde en dat hij nog 26 uur in de woestijn heeft ‘mogen’ ploeteren. ,,Daar hebben we veel van geleerd. Over de buggy, maar ook over onszelf. Het heeft een berg waardevolle informatie opgeleverd, waarmee we verder kunnen.’’
Ook Van den Goorbergh is er blij mee dat hij nog is gestart. ,,Het was vreselijk zwaar. We zijn gewoon drie dagen aan een stuk onderweg en in touw geweest. Ik wist al tijdens de proef van vrijdag dat ik het niet zou gaan halen. Dan ben je vanzelf al gelaten als je inderdaad tot die conclusie komt: ik lig eruit. Het was alleen wel lullig dat het op vijf kilometer van de finish was. Dat is soms nog moeilijk te bevatten.’’
Zijn eerste reactie was: naar huis en wel zo snel mogelijk. Maar inmiddels zijn de boosheid en de teleurstelling gezakt en blijft zowel Van den Goorbergh als Koolen de rally volgen. ,,Ook over de weg maakt de buggy waardevolle kilometers. Daarnaast is het prettig om er nog bij te zijn en bij te horen. We geven ogen en oren de kost.’’
Van den Goorbergh had vooral te doen met Koolen, die volgens hem het voordeel van de twijfel verdiende. Hij bewoog hemel en aarde om zijn vriend nog aan de start te krijgen, tot op het hoogste niveau, maar Dakardirecteur Etienne Lavigne was niet bereikbaar.,,Ik was heel boos, maar ook zo moe dat ik bang was dat ik domme dingen zou doen. Daarom heb ik het er uiteindelijk maar bij gelaten. We willen hier volgend jaar weer welkom zijn. Dat verdient dit project, waar we allebei nog steeds heilig in geloven.’’
Eén van de conclusies is dat er meer getest moet worden. Voor volgend jaar willen Koolen en Van den Goorbergh minimaal twee testrally’s rijden om beter voorbereid aan de start te komen. "Aan de buggy lag het niet", stelt Van den Goorbergh. "Natuurlijk, er zijn wat zwakke punten boven water gekomen. Maar de technische basis is goed. De auto is sterk en snel genoeg om de finish te halen en er een resultaat mee neer te zetten. Het is mis gegaan op kleine dingen, die we hebben geanalyseerd en waaraan we gaan werken."