Wanneer je al hun afzonderlijke deelnames aan de Dakar samentelt, zet het volledige team de teller op Nieuwjaarsdag op een totaal van 40. Slechts weinigen die dit cijfer kunnen benaderen, laat staan overtreffen. Maar ondanks al deze ervaring, zijn de ambities van Cor Bezemer, Daniël Cnudde en Jan Van Der Vaet absoluut realistisch te noemen. Een portret van deze “veredelde amateurs” die ervaring en jong talent zo hoog mogelijk willen laten eindigen…
‘Team Bezemer’ komt voor de 3de keer in Zuid-Amerika aan de start. In 2009 sloot de MAN equipe in Buenos Aires als 33ste af, vorig jaar eindigde het avontuur ongelukkig op de 4de dag. In totaal nemen dit keer 465 ploegen deel aan de 33ste editie van de Dakar, die voor het eerst ook in de Peruviaanse hoofdstad Lima zal finishen. In dat imposante peloton niet minder dan 76 vrachtwagens… het wordt dus een veelbelovende strijd tussen Mar del Plata en Lima ! Cor Bezemer en Daniël Cnudde, de twee ‘anciens’, beginnen daarbij aan hun 12de gezamenlijke rally raid, Jan Van Der Vaet, de ‘jonkie’ in de ploeg, maakte vorig jaar zijn debuut in het team.
“Het moet in 1984 geweest zijn dat ik voor het eerst aan de Dakar deel nam”, meent Bezemer zich te herinneren. “Mijn eerste finish haalde ik met een Pegaso in 1985: 20ste in het vrachtwagenklassement. Nadien zijn er wel een aantal jaren geweest waarin ik een ‘pauze’ heb ingelast, maar de microbe is nooit verdwenen. Ik mag het stuur dan nu wel overgegeven hebben aan mijn vriend en ploegmaat Daniël Cnudde, toch ben ik ook als ‘kaartlezer van dienst’ nog altijd even gedreven als toen ik zelf achter het stuur zat”.
Toch weet ook Bezemer, altijd met een vrachtwagen van de partij geweest in de Dakar en nu voor de 11de keer met Daniël Cnudde aan zijn zijde, dat hij realistisch moet blijven wanneer hij een prognose moet maken over zijn mogelijk eindresultaat. “Kamaz, Iveco en Tatra zijn maar enkele van de super professioneel ingestelde teams die er voluit zullen voor gaan. Met hen gelijkte tred houden… daar denken we niet aan; dit is een andere categorie van competitie. Maar met onze ervaring en de ingesteldheid van ‘berekende risico’s te nemen’, daarmee moeten we toch een top 20 plaats kunnen halen. Luidop durven we zelfs dromen van een 15de eindplaats, waarmee we onze prestatie van 2004 zouden evenaren…”
“Ik reed mijn eerste Dakar in 1987”, weet Daniël Cnudde. “Toen nog met de Range Rover van Andre Van Damme, een wagen die eigenlijk van… Cor Bezemer was. En het was op die manier dat ik voor het eerst met Cor in contact kwam. Ook het jaar nadien reed ik nog met Van Damme in een Mazda, maar toen al is Cor me komen overtuigen om samen met hem het avontuur te gaan opzoeken. Dat hebben we ook gedaan tot de Bezemer truck werd verkocht en ik een paar edities in het team van Joost Van Cauwenbergh en Koen Wauters een plaats had. Maar eens Cor Bezemer weer in het Dakar peloton opdook, werd ik weer zijn vaste maat en sindsdien staat de teller van gezamenlijk betwiste wedstrijden op 11”.
Aanvankelijk deelden Bezemer en Cnudde het stuur van de MAN truck, maar de jongste jaren laat Bezemer het stuurwerk volledig aan zijn ploegmaat over terwijl hij zichzelf op het navigatiewerk concentreert. Daniël Cnudde, in het dagelijkse leven mechanieker bij MAN verdeler Neyt Trucks in Lokeren, is wat je kan noemen een “beredeneerde” rijder; geen gekke dingen doen wanneer het niet kan. Iets wat hij blijkbaar heeft overgehouden uit zijn vroege motorcrossjaren. “Voor ons is het belangrijk dat we verstandig rijden en daarmee bedoel ik ‘constant en vlot’ rijden. Als je té snel gaat, moet je te veel inspanningen leveren, raak je fysisch ook vlugger vermoeid en ga je fouten maken. Je mag dus niets forceren; een doordachte opbouw levert resultaten op”.
Vorig jaar werd “Team Bezemer” nog in de eerste week tot opgave gedwongen door een mechanisch defect. Hoe heeft men daarop gereageerd ? “Vorig jaar bleek dat het ijzer waarmee het padje van de schokdempers gemaakt was, inderdaad net niet sterk genoeg was om de krachten te doorstaan”, is de conclusie van Daniël Cnudde. “Dus nu hebben we een betere en dus ook sterkere ijzerlegering gebruikt die normaliter niet stuk kan… Al nemen we veiligheidshalve toch een paar reserve onderdelen mee…! Voor het overige hebben we niet zo veel gewijzigd aan de structuur van onze MAN truck: vooraan is hij iets hoger gelegd en ook van het gewicht hebben we wat afgeknabbeld. Er is nu bovendien ook een ‘assistentievrachtwagen’ die langs de weg onderdelen vervoert en op die manier winnen we toch wat kilo’s in de wedstrijdtruck… Toch blijft dat gewicht nog in ons nadeel spelen want er blijven nog heuse 11.500 kilo’s over, wat nog altijd 2.500 tot 3.000 kilo meer is dan de échte toppers in onze categorie!”
Hoe goed moet je op elkaar afgestemd zijn om - met z’n drieën gedurende twee weken in een kleine ruimte - goed te kunnen opschieten? “Als team moet je inderdaad heel sterk aan mekaar hangen… en dat is bij ons ook zo. Neem nu Jan Van Der Vaet, onze 3de man. Hij is ruim 25 jaar jonger dan mezelf en met Cor is het leeftijdsverschil nog groter. Maar toch klikt dat perfect in ons ploegje. Iedereen kent zijn taak en zelfs zoiets als ‘de ramen proper maken voor de start’ mag dan een klein detail lijken, toch is het even belangrijk als de juiste route aangeven of geen stuurfouten maken. Een voordeel voor ons is dat we ’s nachts in de truck kunnen slapen, wat toch iets comfortabeler is dan buiten in een tentje moeten pitten met veel rumoer erom heen”.
“Ik hoop dat het gezegde ‘derde keer, goede keer’ ook nu zal opgaan”, opent Jan. “Het is immers mijn derde rallyraid als mechanieker en in de vorige twee wedstrijden heb ik de finishlijn nooit kunnen bereiken!” In 2008 zat Jan Van Der Vaet in de Rally van Tunesië inderdaad als mechanieker mee in het MAN team van Tom De Leeuw en Ignace Van de Kerckhove. En vorig jaar maakte hij zijn Dakar debuut in de Cor Bezemer MAN truck. “Twee keer sloeg de pechduivel toe”, gaat Jan verder. “In Tunesië begaf de motor van de truck het op 30 km van de eindstreep. In Argentinië eindigde het verhaal na amper vier dagen met een onherstelbaar schokdemperprobleem … Het zou dus echt leuk zijn, mochten we dit jaar wél kunnen scoren…”
Jan Van Der Vaet begon als 18-jarige knaap met autocrossen, kwam dan als mechanieker bij Van de Kerckhove terecht en leerde via de werkvloer van Neyt Trucks het team van Cor Bezemer kennen. Toen daar vorig jaar een plaatsje vrij kwam, kon de jonge Gentenaar zich meteen opmaken voor het grote avontuur. “Binnen het team ben ik de electromechanieker van dienst. Een job die zich in regel pas manifesteert bij aankomst in het bivak. Tijdens de chronoritten help ik mee met de navigatie: ik probeer zo veel mogelijk de obstakels door te geven, zodat Daniël ze ook effectief kan ontwijken. Maar eens in het bivak begint voor mij het echte werk: het prepareren van de truck voor de volgende dag”!
Een job die synoniem staat voor weinig uren slaap…? “Kan je wel zeggen: weinig slapen is inderdaad het zwaarste dat je in de Dakar te verduren krijgt. Reken maar even mee: zelden of nooit in het bivak voor 23 uur; dan even uitblazen en een hapje eten en dan begint het werk: bandenspanning nakijken, luchtfilters uitkuisen, olie en remmen controleren, de ramen proper maken, de cabine uitkuisen… Ondertussen tikt de klok en dan heb ik het nog niet over een eventuele herstelling die zich aandient… Hoe dan ook probeer ik ervoor te zorgen dat Daniël zo vlug mogelijk kan gaan slapen, maar soms moet ook hij, én Cor, bijspringen … Kortom, zelden dat ik voor 2 uur in de slaapzak kruip… En ’s morgens loopt de wekker toch ongenadig af. Maar eens je van die sfeer geproefd hebt, ben je ‘verkocht’ voor de volgende jaren”!
En hoe klikt het met die twee ‘anciens’ in je eigen team? “Het zijn zowel ‘anciens’ als ‘ouderen’, want qua leeftijd kon ik de zoon zijn van Cor of Daniël… En toch klikt dat zeer goed tussen ons. Tijdens de chronorit zelf wordt er alleen maar het strikt noodzakelijke gezegd, kwestie van de concentratie te bewaren. Maar ik kan je verzekeren, op de ‘liaison’ wordt er stevig wat afgelachen…”